Door Anita Böcker, Geert van den Brink en Ricky van Oers
Terwijl de druk op de Nederlandse zorg oploopt, blijft een grote groep gemotiveerde nieuwkomers met kennis en ervaring langs de zijlijn staan. Hoe zorgen we ervoor dat vluchtelingen en gezinsmigranten met een buitenlandse zorgopleiding sneller en duurzaam aan het werk kunnen in de Nederlandse zorg?
Deze vraag stond centraal tijdens het op 2 april door RUNOMI georganiseerde symposium ‘Op naar een Triple Win: De toegang van nieuwkomers tot zorgberoepen’. Een ‘triple win’, omdat een snelle en duurzame toegang in het belang is van nieuwkomers zelf, het zorgstelsel en de samenleving. Stakeholders uit zorg, onderwijs, overheid, maatschappelijk middenveld en de doelgroep zelf deelden inzichten, ervaringen en oplossingen.
De belangstelling voor het symposium was groot. Onder de ruim zestig deelnemers waren veel zorgprofessionals met een buitenlandse opleiding.
Een complex en traag traject
Het symposium begon met drie inleidingen, door een Oekraïense arts, de directeur van de Radboud Health Academy en de voorzitter en een consulent van de Commissie Buitenslands Gediplomeerden Volksgezondheid, die adviseert over de vakbekwaamheid van zorgprofessionals met een buitenlands diploma.
Drie inleidingen uit drie verschillende perspectieven, maar alle drie lieten zien dat van nieuwkomers met een zorgberoep enorm veel doorzettingsvermogen wordt gevraagd. Het traject dat zorgprofessionals van buiten de EU moeten doorlopen om hun beroep in Nederland te mogen uitoefenen, is complex en traag en vooral gericht op het vaststellen van ‘deficiënties’ ten opzichte van de Nederlandse opleiding. Dat nieuwkomers ook kennis, ervaring en vaardigheden meebrengen waarmee de zorg in Nederland zijn voordeel kan doen – zeker ook gezien de steeds diversere patiëntenpopulatie – telt niet mee.
Dat een deel van de nieuwkomers er toch in slaagt om in een zorgberoep in te stromen, is mede te danken aan organisaties als de Vereniging Buitenlands Gediplomeerde Artsen, het UAF en andere ngo’s die – soms met financiële steun van filantropische instellingen – buitenlandse zorgprofessionals door het traject begeleiden. Facilitering door de (rijks)overheid blijft daarbij achter.
Onvoldoende facilitering door de rijksoverheid
De lange duur en complexiteit van het traject werken ontmoedigend, contateerde ook de Tweede Kamer enkele jaren geleden al. Een motie om nieuwkomers met een zorgachtergrond zo goed mogelijk te faciliteren bij het vinden van werk in de zorg werd in oktober 2023 met grote meerderheid aangenomen. De minister kwam met een plan met deels al in gang gezette of niet specifiek op de zorg gerichte activiteiten. Van optimale facilitering is zeker nog geen sprake.
Illustratief is dat de capaciteit voor het afnemen van de beroepsinhoudelijke assessments die artsen, tandartsen en verpleegkundigen van buiten de EU moeten afleggen om hun beroep in Nederland te mogen uitoefenen, niet wordt aangepast aan de behoefte. Voor artsen is de wachttijd voor de assessment opgelopen tot meer dan twee jaar. Tijdens het symposium bleek bovendien – tot verrassing van veel deelnemers – dat de minister van VWS heeft besloten om de kosten van deze assessments vanaf 2028 geheel voor rekening van de buitenlandse zorgverlener te laten komen. Voor artsen zou dat betekenen dat de eigen bijdrage omhoog gaat van € 1.700 dit jaar naar € 8.900 in 2028.
De Nederlandse zorg krijgt er op een koopje een arts bij – die bovendien taal- en andere kennis meebrengt die zeer welkom is gezien de steeds diversere patiëntenpopulatie die moet worden bediend, maar de minister kiest ervoor om de kosten van het vaststellen van diens vakbekwaamheid geheel door de buitenlandse arts zelf te laten betalen.
Voorbeelden van succesvolle initiatieven
Tijdens het tweede deel van het symposium werden drie initiatieven gepresenteerd die laten zien dat het kan – nieuwkomers sneller en duurzaam laten instromen in de zorg – in het belang van nieuwkomers zelf, het zorgstelsel en de samenleving. ·
- Nieuwkomers in hun kracht – een werkleertraject van twee jaar voor verpleegkundigen met een buitenlands diploma, in 2021 gestart in het UMC Groningen, vervolgens uitgebreid naar andere ziekenhuizen in het noorden en in 2025 verder uitgerold naar ziekenhuizen in de Randstad. Het traject leidt de deelnemers naar de BIG-registratie als verpleegkundige.
- Leerwerktraject in de Zorg – een initiatief van de Hogeschool Arnhem en Nijmegen dat statushouders met een zorgachtergrond in zeven maanden voorbereidt op de deeltijdopleiding hbo-verpleegkunde.
- Zorgpilot Haaglanden – waarin de gemeente Den Haag, De Haagse Hogeschool, zorginstellingen en het NUFFIC samenwerken om nieuwkomers te begeleiden naar werk in de zorg. Een bijzonder onderdeel is de tandartsbus, die op 2 april mee naar Nijmegen kwam. In deze mobiele praktijk bieden buitenslands opgeleide tandartsen samen met BIG-geregistreerde tandartsen gratis mondzorg aan mensen zonder tandarts of zonder financiële middelen.
De presentaties lieten zien dat aan drie randvoorwaarden moet worden voldaan om een succesvol initiatief duurzaam te borgen: een breed draagvlak binnen zorgorganisaties, duurzame financiering, en regionale samenwerking. Aan deze voorwaarden blijkt in de praktijk vaak moeilijk te voldoen.
Initiatiefnemers moeten zelf op zoek naar financiering. Bovendien maken de vele regels en vereisten waaraan moet worden voldaan, dat ‘de zorg’ (zorgwerkgevers, teams of afdelingen binnen zorgorganisaties, beroepsorganisaties) niet altijd openstaat voor vernieuwende initiatieven. De eerste reflex is vaak om die als ‘risicovol’ te zien. Tegelijkertijd bleek uit de presentaties dat er vaak meer mogelijk is dan gedacht. Onderzoeker Anita Ham van De Haagse Hogeschool pleitte voor meer ruimte binnen organisaties voor ‘verantwoorde rebellie’, oftewel het bewust afwijken van regels om verbeteringen te realiseren, zonder het systeem te ondermijnen.
Aanbevelingen voor een snellere en duurzame toegang
Tijdens het derde en laatste deel van het symposium gingen de deelnemers rond tien tafels met elkaar in gesprek over mogelijkheden om nieuwkomers die in de zorg aan de slag willen te faciliteren. Dat leverde een groot aantal aanbevelingen en ideeën op. Een paar voorbeelden:
Er zouden regionale loketten moeten komen waar nieuwkomers met een zorgopleiding snel na binnenkomst in Nederland een advies op maat krijgen over mogelijkheden om in hun oude óf een ander zorgberoep aan de slag te kunnen en de route ernaartoe. Ziekenhuizen en andere zorgorganisaties, onderwijsinstellingen en gemeenten in een regio zouden rond zo’n loket moeten samenwerken om ook leerwerkplekken, vaktaaltrainingen en stagemogelijkheden aan te bieden.
Het is belangrijk dat nieuwkomers de mogelijkheid hebben om praktijkkennis op te doen gedurende het langdurige traject naar BIG-registratie. Artsen en tandartsen op zoek naar meeloopstages of praktijkervaringsplekken krijgen vaak nul op het rekest omdat zorgorganisaties daar geen plek en tijd voor kunnen of willen vrijmaken. Ziekenhuizen, tandarts- en huisartspraktijken en andere zorgorganisaties zouden dat toch moeten doen – ook omdat het op de langere termijn in hun eigen belang is. Gemeenten zouden de Participatiewet flexibel moeten toepassen, zodat statushouders met behoud van uitkering ervaring kunnen opdoen op werkervaringsplekken bij zorgorganisaties.
Het begeleiden en opleiden van nieuwkomers op de werkvloer bij zorgorganisaties vraagt extra inspanningen van afdelingen en medewerkers die het toch al druk hebben. Medewerkers die als mentor of ‘buddy’ voor buitenlandse artsen en verpleegkundigen fungeren, moeten hiervoor niet alleen intrinsiek gemotiveerd zijn, maar ook getraind en begeleid worden. Er zou ook een draaiboek moeten komen voor afdelingen of teams waar nieuwkomers komen te werken, gebaseerd op bestaande ‘good practices’ en ervaringen.
Het ministerie van VWS zou meer moeten investeren in het daadwerkelijk faciliteren van de toegang tot zorgberoepen voor nieuwkomers met een zorgachtergrond. Het zou structurele middelen vrij moeten maken voor het borgen van succesvolle regionale initiatieven en voor het faciliteren van nieuwe pilots.
Tot slot werd opgeroepen tot een ander perspectief op buitenlandse zorgverleners. Kijk niet alleen naar welke kennis iemand ontbeert en welke deficiënties moeten worden weggewerkt, maar ook naar wat diegene komt brengen.